In de kijker

Ondernemen in ‘the fast lane’

Ondernemen in ‘the fast lane’

32 jaar, 66 mio kapitaal opgehaald in 4 verschillende fase (47 mio de afgelopen 2 weken) en meer dan 150 medewerkers. Op 5 jaar tijd.

Het is het verhaal van Jordan Kretchmer, oprichter van Livefyre. Livefyre is een ICT bedrijf gespecialiseerd in real-time content marketing. Bij ons zou dit een uniek succesverhaal zijn dat de nodige aandacht zou krijgen in de media en als stichtend voorbeeld zou dienen in menige opleiding. In Sillicon Valley is het geen uitzondering.

De alchemie van de economie

Voor wie naar dit soort verhalen kijkt met de ogen van een Vlaming lijkt het alsof Sillicon Valley de geheime formule heeft gevonden die aan de lopende band succesvolle bedrijven produceert en permanent zorgt voor hele wonderen en halve mirakels. De formule is helemaal niet zo geheim en erg eenvoudig: men verwacht gewoon geen wonderen. Startende bedrijven moeten maar voor één ding zorgen: groei. De rest, inclusief winst en rendement, is in die eerste fase onbelangrijk. Een grappig voorbeeld. De vennootschapsbelasting is onverwacht hoog in San Fransico: 35% federale vennootschapsbelasting. San Fransico heft daarbovenop nog eens een belasting van 10%. Als we vragen hoe ondernemingen tegen die toch wel hoge belastingen aankijken krijgen we een laconiek antwoord: niemand ligt hier wakker van die hoge belastingvoet, want er wordt toch geen winst gemaakt in de eerste 7 à 10 jaar.

Precies omdat omzet het ordewoord is, ligt de waardering van een onderneming ook heel anders dan bij ons. Voor startende ondernemingen is de waarde van de onderneming hier gelijk aan haar omzet. Een bedrijf dat ook nog rendabel blijkt te zijn kan een waardering van 10 tot 15 maal haar omzet halen.

Bij elke kapitaalronde geeft de oprichter een gedeelte van zijn aandelen op. Op het ogenblik dat een bedrijf echt op de sporen staat heeft een CEO meestal nog een kleine minderheid van de aandelen. Hoeveel aandelen Jordan Kretchmer zelf nog in zijn bedrijf bezat, wilde hij niet kwijt. Maar het waren alvast minder aandelen dan de som van het personeel dat aandelen heeft.

IT on steroids

Kretchmer werkt gewoonlijk van 10 tot 19u. Hij begint opnieuw rond 21 uur en stopt rond 1 à 2 uur ’s nachts. Niet zo anders dan bij ons. De taken van een CEO zijn dat wel. Elke kapitaalsverhoging vraagt tussen de 2 en de 7 maanden tijd. Tijd die vooral van de CEO moet komen. Hij gaat op zoek naar de meest geschikte investeerder (men heeft inderdaad nog keuze uit meerdere geïnteresseerden!). De keuze draait lang niet alleen rond wie het meest geld op tafel wil leggen, maar gaat breder. Een goede investeerder brengt ervaring en een netwerk mee. En met een beetje geluk ook nog extra verkoopskanalen. Het zoeken van de juiste investeerder is voor een bedrijf in the Valley letterlijk van levensbelang. Het is daarom een tijdsintensieve aangelegenheid die in verschillende fasen verloopt. Elke fase gaat men dieper in de details. En elke fase moeten beide partijen nog het gevoel hebben dat ze elkaar van nut kunnen zijn.

Het wordt met stilaan duidelijk. De IT-sector is ook in de VS een bijzondere sector. In de ogen van Amerikaanse IT-ers heeft het gewoon geen zin om een rendabel bedrijf uit te bouwen in de IT-sector waar achteraf geen, of veel te weinig, markt voor blijkt te zijn. Het omgekeerde risico nemen ze liever: laat ons eerst kijken of we met een idee de wereld kunnen veroveren. Daarna zoeken we wel uit of we het hele opzet ook nog rendabel kunnen krijgen. Kretchmer zit nu in die fase. Na de laatste kapitaalronde willen zijn investeerders ook boter bij de vis. Het bezorgt de ondernemer slapeloze nachten. Want winst heeft hij nooit eerder moeten maken. Het moment van de waarheid komt ook in The Valley. Alleen is dat vele kwartalen en vele miljoenen later dan bij ons.

In Vlaanderen?

De ondernemers in ons gezelschap zijn unaniem: deze benadering voelt heel oncomfortabel aan. Eerst miljoenen ‘cash burnen’ zoals men het hier graag noemt, 200 mensen in dienst hebben en dan tot de vaststelling komen dat de onderneming gewoon niet rendabel is, we willen er gewoon niet aan denken. Hier is dit heel gewoon. Getuige daarvan, de opzegtermijnen voor medewerkers: iedereen krijgt een opzeg van 2 weken. Ongeacht de hoogte van het loon of het aantal jaren dienst.

De wat verouderde infrastructuur met zijn chaotische inrichting veruitwendigt de specifieke ‘state of mind’ van de Valley-ondernemingen en iedereen die er in werkt. In vergelijking met bedrijven hier zijn zelfs de kleinste ondernemingen bij ons bijzonder goed georganiseerd. De niet bij te houden groei maakt dat de organisatie hier erg achter loopt. Jordan Kretchmer nam zijn eerste manager pas in dienst nadat hij al 24 man personeel had.

Geen van de meegereisde ondernemers zou willen werken op de manier waarop iedereen het hier lijkt te doen. Alleen al het idee dat je als ondernemer noodgedwongen een minderheidsaandeelhouder wordt, voelt erg vreemd aan. Maar die, in onze ogen onbezonnen, benadering heeft ook één ontegenzeggelijk voordeel: er wordt snel veel werkgelegenheid gecreëerd. Wie groeit met rendabiliteit als maatstaf, groeit eigenlijk een beetje met de remmen op.

Er komt in San Fransico bijna elke dag werkgelegenheid bij, maar er gaat er ook elke dag verloren bij ondernemingen die het uiteindelijk niet halen. Al snel zoekt men echter mensen bij een van de andere bedrijven die ondertussen aan de wereldbestorming is begonnen. Op zich lijkt het daardoor een vestzak-broekzak-operatie. Met dat verschil dat een idee met het potentieel om de wereld te veroveren, in de Valley-benadering ook daadwerkelijk veel kans maakt om het te halen. Bij ons sneuvelen er veel in voorzichtigheid.

Ik denk niet dat we onze georganiseerde en doordachte manier van aanpakken in Vlaanderen moeten verlaten. Het ligt niet in onze aard, en onze maatschappij is er niet op georganiseerd. Maar een portie van het groot durven denken dat hier in de cultuur zit ingebakken zou onze bedrijven en onze economie ongetwijfeld sterk vooruit helpen. Op dat vlak hebben we in Vlaanderen nog een flinke weg af te leggen.

Investeerders zijn in het Valley-model meer dan banken met een appetijt voor risico. Ze vullen het bedrijf ook inhoudelijk aan. Die synergie gaat overigens in de twee richtingen. Ook de investeerder ziet het nieuwe bedrijf als een welkome aanvulling in zijn aanbod. De meeste ondernemingen in Vlaanderen staan niet te springen om op zoek te gaan naar extern kapitaal. En als ze dat wel doen, heeft het financiële aspect toch vaak de bovenhand. Daardoor missen vooral jonge bedrijven de jumpstart die ze wellicht wel zouden hebben als ze een beroep zouden kunnen doen op de ervaring en het netwerk van een grotere speler.

Zoals gezegd, we moeten het economisch systeem van Sillicon Valley niet over nemen. Het past niet bij ons. Maar we kunnen wel onderzoeken hoe we enkele van de sterktes op onze manier kunnen over nemen. Wat meer durf en snellere samenwerkingen kunnen de groei van onze bedrijven en onze economie een ongelooflijke boost geven.




Terug naar overzicht

Qfor Kmo portefeuille